Hoe compacter hoe beter?

Het gangbare racecrankstel met zijn grote molen van 53 en binnenblad van 39 krijgt steeds meer concurrentie van het compacte crankstel, met een buitenblad van 50 of minder en een binnenblad van 34 of 36. Een welkome zaak, mijns inziens, en heus niet alleen voor beginners of voor mensen die niet zonder tripel konden. Ik zie naast veel voordelen slechts één nadeel. Hier komen de voordelen:
> lichter gewicht dan tripel + kortere trapas dus groter energierendement
> door kleinere kettingbladen en spider meer stijfheid en minder slingeren
> met een 50 zitten die 13 of 12 er niet alleen maar voor de sier
> mensen die nog met een cassette van 8 rijden hoeven geen grote sprongen meer te maken om naar een 26 of 27 te kunnen gaan, maar komen toe met binnenkransjes van pakweg 18, 20 en 23 (34 x 23 is klein genoeg voor de Ventoux).
Het enige nadeel? 16 tandjes omlaag schakelen is wel eens te veel van het goede, zodat je achteraan weer verplicht bent een of twee tandjes bij te steken. En tja, waar voormalige tripelrijders van wakker zouden kunnen liggen is dat hun lange derailleur er enigszins voor spek en bonen bijhangt. Daar staat tegenover dat je van nu af niet meer als broekie wordt uitgelachen door de wielervrienden.
Het hoeft geen fortuinen te kosten om over te gaan naar een compact. Een nieuw crankstel dus (je steekcirkel is nu 110 mm), ketting iets inkorten, voorderailleur iets lager zetten. Had je vroeger een tripel linkerversteller, dan stel je die gewoon in op een overgang minder. Met andere woorden: als je toch toe was aan de vervanging van bracket en/of crankstel, waag de sprong...

